Hopen

Hoop is een vreemd ding. Hopen lijkt reuze actief, het is immers een werkwoord, maar wat doe je als je hoopt. Niets, je wacht af, je wordt verondersteld ergens op te mogen rekenen. Het is je immers beloofd, er moet iets achter de einder zijn wat de belofte gaat inlossen.
Hopen tegen beter weten in bestaat ook. Als de dokter je zegt dat het hopeloos is, dan is er een categorie mensen die dat niet gelooft. Die gaan dan pas echt aan de gang, gezond leven, alternatieve geneesheren. Kortom: aan het werk, omdat de hoop op een lang en eindeloos leven vals blijkt te zijn. Nieuwe hoop gloort aan de horizon, we hebben er zelfs een wijze van spreken voor: zolang er leven is, is er hoop.
Soms weten we niet of het valse hoop is. Er worden kenners ingezet bij voorkeur om voor ons onduidelijke redenen, die ons voorspellingen doen, die analyseren wat er is en wat er dus gaat komen.
Wat ons al niet voorgeschoteld wordt rond de economische crisis. Vorige week bleek de economie weer licht groeiende, en de analisten verdrongen zich voor de camera om ons iets te doen hopen. Gaat u lekker terug naar de oude voet, want het kan. We geloven toch minder graag die zwartkijkers die zeggen dat we er nog lang niet zijn, dat er nog een volgende dip komt, die nog wel eens veel dieper kan ingrijpen.  Dus citeren we liever die fruitige optimist die nog wat wijst naar de opverende beurskoersen, of gaan we als de donder naar de Triodos Bank, die zo’n leuke alternatieve uitstraling heeft.

Of zijn we bereid op een nieuwe manier te kijken en eens na te denken of we zelf aan zet kunnen komen.
Stop voor de aardigheid eens een tijdje met hopen. Als je stopt met hopen hou je op met achter de belofte aan te rennen.
Hoe je dat doet? Realiseer je dat iedere zin die de vorm heeft “als…..dan….” hoop is. “Als… dan….”  gebeurt niet, ga daar maar eens vanuit en kijk om je heen naar de mogelijkheden.